Voorbeelden van het gebruik van Jouw moeder in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Woont jouw moeder in Madrid?
Leeft jouw moeder nog, Bishop?
Zal ik jouw moeder bellen?- Nee.
Alle andere kinderen zullen vragen Waar is jouw moeder?
Mijn moeder belt jouw moeder.
Ze is niet jouw moeder.
Wat vertelt jouw moeder me? Ben je bang voor monsters in bed?
En wat is jouw moeder, Darl?
Jouw moeder en ik hebben dezelfde grammatica.
Jouw moeder was een piraat.
We moeten jouw moeder vinden.
Ik ben jouw moeder niet.
Echt waar? Nou, is jouw moeder een dokter?
Bij jouw moeder was het anders.
Jouw moeder had gelijk.
Mensen zoals jouw moeder en Stiles' vader.
Jouw moeder heb ik daar nergens gezien.
Ze is jouw moeder, niet de mijne.
Ze was niet sterk en dapper zoals jouw moeder.
Je moet jouw moeder de waarheid vertellen.