Voorbeelden van het gebruik van Kamerheer in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De Kamerheer is tevreden.
De Kamerheer beslist wanneer de Gruenaks klaar zijn.
Wie is de kamerheer aan het hof? James Stuart?
Hij was Groothertogelijk Mecklenburg-Schweriner Kamerheer en Geheime Legatieraad.
Het was de schuld van de Kamerheer.
We verspillen tijd, Kamerheer.
Dit is de schuld van de Kamerheer.
Dit heb ik gekregen… van de keizerlijke kamerheer van keizer Karel IV.
De koning stelt u een vraag, kamerheer.
De kamerheer weet ook niets.
Een kamerheer werd gedood.
Ga maar naar de kamerheer.
Camerlengo is het Latijnse woord voor kamerheer.
Nee. Aan een dode Rian heeft de Kamerheer niets.
Ik begrijp het, Kamerheer.
In 1282 werd het slot te leen gegeven aan Konrad Milser, kamerheer van Meinhard II van Gorizia-Tirol.
Het werd door Balthasar Eichhorn, de kamerheer van de Trierse aartsbisschop Franz Georg von Schönborn,
In 1434 werd hij dan weer door hertog Filips III van Bourgondië benoemd tot diens adviseur en kamerheer.
hoogopgeleid estheet, benoemd tot koninklijke kamerheer voor zijn echtgenote, kroonprinses Elisabeth Ludovika van Beieren.
Hij was kamerjonker van 1909 tot 1921 en daarna kamerheer van koningin Wilhelmina van 1921 tot zijn overlijden.