Voorbeelden van het gebruik van Kent hem in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Cusack kent hem niet.
Je kent hem niet. Ja, een vriend.
Ja, je kent hem nog wel, Selma.
Jij kent hem, wij niet.
Wie kent hem niet?
Je kent hem toch van de sportclub?
Wie? -Je kent hem niet. Getrouwd?
Jij kent hem denk ik beter dan ik.
Gemma kent hem.
Jij kent hem nog van voor hij beroemd werd.
Jij kent hem niet, Grace.
U kent hem niet goed.
Abe. Je kent hem als Abeonimabel.
Jij kent hem ook, toch?
Je kent hem niet en je wil hem ook niet kennen. .
U kent hem vast nog niet.
De CIA kent hem enkel bij zijn moslim naam: Sulayman al-Janfi.
Je kent hem twee dagen en geeft hem het pak van je man?
Hij is splinternieuw, je kent hem niet. Officier Mormenson.
Tom Shayes. Je kent hem, nietwaar?