Voorbeelden van het gebruik van Klagen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Met klagen en bibberen komen we niet verder.
En de dansers klagen over hun motels.
En niet klagen over de luxe accommodatie.
De gasten klagen, en terecht.
Ga je de hele dag klagen?
En met jou? Mag niet klagen.
Hou eens op met klagen en herstel de radio.
Ik zie je niet klagen over de auto's, de huizen.
En over onze ouders klagen? Zullen we iets gaan drinken…?
Daar klagen witte mensen dat Thaise restaurants zo pittig zijn.
Klagen die?
Klagen, werk vermijden, selfies maken.
Jullie klagen alleen maar.
Het is verbazend dat je niet wachtte op het werkelijke huilen en klagen.
En met jou? Ik mag niet klagen.
Je doet niets anders dan klagen over hoe gestrest je bent.
Ze klagen nooit Ze noemen me niet dik.
Dan klagen we tegen vriendinnen en die zeggen dan.
Niet klagen anders moeten jullie tegen mij.
Ja, goed. lk mag niet klagen.