Voorbeelden van het gebruik van Klagen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Niet klagen. Je wordt jonger en mooier.
Niet klagen, dat zijn de regels.
Blijf klagen en ik geef je er twee.
Ik wil klagen over het gedrag van drie van uw personeelsleden.
Je moet klagen bij de sociale programma's die jouw herverdelingsgeld kregen.
Niet klagen, Jela.
Stop met klagen. Ga zoeken.
Ik mag over dingen klagen, ik kan nu echt over dingen gaan klagen.
We klagen haar aan voor poging tot moord.
Hoor mij nou klagen, terwijl je man voor z'n leven vecht.
We mogen niet klagen, jij niet en ik ook niet.
Ik mag niet klagen. Het is een geweldig team.
Ze mogen niet klagen, zoals u zal zien.
Ik mag niet klagen en probeer dat niet te doen.
We klagen haar aan als een volwassene.
Niet klagen, hoor.
Hou op met klagen zodat ik ervan kan genieten!
Waarom stop je niet met klagen en doe je het gewoon?
Mensen klagen dat ze teveel willekeurige vaten hebben.
Nadat je jezelf hebt gemerkt klagen, vraag jezelf dit.