Voorbeelden van het gebruik van Maak het af in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Kom op, Chuck, maak het af.
Kom terug en maak het af, verraders.
Vermoord me dan. Maak het af.
Maak het af. -Geef de troon op.
Maak het af, voor mij.
Maak het af.
Wat dit ook is, maak het af.
Maak het af, idioot'. Meteen, sir.
Wat dit ook is, maak het af.
Maak het af.
Maak het af. Hij weet alles, als hij praat….
Maak het af. Doe het! .
Wat het ook betekent, maak het af.
Jij bent begonnen, ik maak het af.
Nog één stap en ik maak het af.
Nee. Ik maak het af.
Ga naar die school en maak het af.
Je weet al wat er gebeurd is. Maak het af.
Dus ik maak het af.