Voorbeelden van het gebruik van Maken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij wilde hem maken, en u heeft hem stukgemaakt.
Filmen, foto's maken, in een gevangenis.
We maken auto's in Chicago.
Ze maken ook eigen projecten.
Als gewoonlijk maken we de uitslag bekend… in omgekeerde volgorde.
En ik maak lijsten van lijsten die ik moet maken.
Mam, we maken gewoon wat plezier.
Ze maken je af als je hier blijft!
Me koud maken, dat wou hij!
Waarom maken ze het niet?
Wat maken ze in die kathedraal?
Samen kunnen we Miami veiliger en welvarender maken.
Je weet nooit wanneer je van een gesloten deur een raam moet maken.
Dat kun je niet maken, moeder.
Ik moet een nieuw translatief programma maken.
Oké.- We maken plaats op de grond.
Ze maken elkaar aan het lachen.
Waarom maken we geen overeenkomst?
Je brieven maken haar triest.
We moeten haar zo echt mogelijk maken.