Voorbeelden van het gebruik van Mijn schoen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Heb je mijn schoen gezien? Verdorie.
En jij bent stront op mijn schoen.
Dus ik wrik mijn schoen los.
Het is mijn schoen.
Ik ben mijn schoen verloren.
Is dat kauwgum of duivenpoep op mijn schoen?
Hij heeft water op mijn schoen gespetterd.
Dat is mijn schoen.
Mag ik mijn schoen terug?
Er zit bloed in mijn schoen.
Attica. Moet ik met mijn schoen gooien?
Nee, dat is mijn schoen.
Ik ben mijn schoen kwijt.
Zal ik je achterste eens inenten met mijn schoen?
Dat was mijn schoen.
Hij had mijn schoen.
Dit is niet fijn, er zitten hersenen op mijn schoen.
Ik liet mijn schoen vallen.
Er zit verdomme bloed op mijn schoen.
Hij heeft mijn schoen.