Voorbeelden van het gebruik van Mijn zuster in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Mijn zuster heeft me opgevoed.
Zul jij de man vinden die mijn zuster vermoord heeft?
Ze hebben mijn zuster.
En zij… is mijn zuster.
Bedankt dat je mijn zuster hielp.
Nee, mijn zuster.
Ik moest de kinderen naar mijn zuster sturen.
Desiree! Alsjeblieft, vergeef me mijn zuster, soms.
Fiona is mijn zuster.
Het is van mijn zuster.
Ze was vaak hier met mijn zuster.
Zeg'mijn zuster Trish' of haar naam is Patricia'.
Ondernemingen zoals Umbrella denken dat ze boven de wet staan.- Mijn zuster.
Nu dan, mijn zuster, zwijg stil.
Ik wil mijn zuster even spreken. Pardon.
Mijn zuster probeert haar zoon te begraven.
Vertel mij waar mijn zuster is.