Voorbeelden van het gebruik van Noemde haar in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
U schreeuwde tegen haar, noemde haar… incompetent, dom, ordinair?
Hij noemde haar Soji. Ja.
Je noemde haar een hoertje.
Hij noemde haar de sprinkhaanvrouw.
Ik noemde haar naar mijn grootmoeder.
Stark noemde haar Peggy.
Maar je noemde haar'mam', toch?- Sorry?
Noemde haar een muts.- Niets.
Je noemde haar een slet.
Hij noemde haar Carol.
Iedereen noemde haar"Burnsy".
Je noemde haar toch geen trut, hè?
Beth. Niemand noemde haar Elizabeth.
Nee, ik noemde haar een engel omdat ze er een is.
We noemde haar Big Mama.
Xander noemde haar Katrina.
Je noemde haar'mijn dochter.
Ze noemde haar Charlotte, net
Iemand noemde haar vroeger zo.
Hij noemde haar Kara.