Voorbeelden van het gebruik van Noemen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zo noemen mijn leerlingen me.
We noemen hem de waarnemer.
Mag ik het een kantoor noemen en jij een hoofdkwartier? DAG 20?
Ik wil twee aspecten noemen.
Ik wil een paar belangrijke punten noemen.
Ze… Hij had ons niet hoeven noemen.
Daarom noemen de kranten hem De goede samaritaan.
Waarom noemen ze het ''Josephine''?
Voorstanders van cryonisme noemen de patiënt niet'dood'.
Ik zou je Frank willen noemen, als je het niet erg vindt.
Ik wil graag nog een aantal specifieke zaken noemen.
Laat ik u dan nu enige hoofdlijnen in het begrotingsontwerp van de Raad noemen.
U mag mij Reinaart de Vos noemen.
Maar je kan me Gerard noemen.
Je had niet gezegd dat je m'n vrouw zou noemen.
Zo noemen m'n vrienden me.
Daarom noemen de kranten hem de Barmhartige Samaritaan.
Ze noemen O.
Ik wil in dit verband de volgende punten noemen.
Laat mij een concreet voorbeeld noemen.