Voorbeelden van het gebruik van Noemen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
En ze noemen ons criminelen.
Hoe gaat u haar noemen?
Ze noemen ons nerds omdat we altijd aardig zijn.
Geen wonder dat ze haar' Tot het einde' Mae noemen.
Ze noemen je achter je rug om vast een secretaresse met een pistool.
Ik vraag me af waarom ze het een kikkerbekschildpad noemen?
Dan had men mij niet moeten noemen.
Sorry, dat mijn landgenoten je een beest noemen.
Ik zal mijn kind naar u noemen.
Je mag me hier zo niet noemen.
Ze noemen bi-polar of manisch depressief.
En ze noemen ons terroristen.
In Rusland noemen we dat" gelul.
Ze noemen me de gouden boog.
We noemen hem" Sean".
We noemen hem Stallone, omdat hij de sterkste is.
Ze noemen dit de storm van de eeuw.
Ze noemen ons bijna communisten.
Ze noemen ons moordenaars.
We noemen je een fascist.