NANNTE - vertaling in Nederlands

noemde
nennen
sagen
bezeichnen
erwähnen
ansprechen
heißen
eingehen
anführen
anreden
zei
sagen
erzählen
behaupten
nennen
reden
sprechen
erklären
mitteilen
verraten
feststellen
heet
heißen
nennen
begrüßen
sein
namen
heiûen
naam
name
bezeichnung
vorname
heißen
noemt
nennen
sagen
bezeichnen
erwähnen
ansprechen
heißen
eingehen
anführen
anreden
noemden
nennen
sagen
bezeichnen
erwähnen
ansprechen
heißen
eingehen
anführen
anreden
noemen
nennen
sagen
bezeichnen
erwähnen
ansprechen
heißen
eingehen
anführen
anreden
heette
heißen
nennen
begrüßen
sein
namen
heiûen
zegt
sagen
erzählen
behaupten
nennen
reden
sprechen
erklären
mitteilen
verraten
feststellen
zeggen
sagen
erzählen
behaupten
nennen
reden
sprechen
erklären
mitteilen
verraten
feststellen

Voorbeelden van het gebruik van Nannte in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Denn was er Lügen nannte.
Hij noemde het de leugens.
Ist eine traumhafte Gegend da oben. Ich nannte es Green Heaven.
Het is er heel mooi, en het heet Green Haven.
Dass er irgendwie eine Katastrophe überlebt habe… die er das Zeitalter der Seuche nannte.
Dat hij een cataclysme had overleefd… genaamd de Tijd van de Besmetting.
Der Amerikaner nannte ihn Orpheus.
De Amerikanen noemen hem Orpheus.
Und sie nannte mich"nachsichtig".
En ze noemden me mild.
Dann nannte er das andere Kind schlau,
En hij noemt die andere knul slim,
Nannte sie seinen Namen?
Zei ze zijn naam?
Er nannte es Das Beste vom Schlechtesten".
Hij noemde het, het beste van het ergste.
Dr. Shider nannte mir Ann Merais Arzt.
Dr. Shider gaf me de naam van Anne Merai's dokter.
Vault höchsten Punkt nannte die Scheitel.
Vault hoogste punt heet de kroon.
So nannte man mich bei den Marines.
Zo noemden ze me bij de marine.
Er nannte ihn pendejo.
Hij noemt hem een pendejo.
Fugue-Zustand nannte der Arzt das.
Geheugenverlies noemen de dokters het.
Ich nannte mich John.
Ik heette mezelf John.
So nannte er das.
Zo zei hij het.
Er nannte mich einen"Detektiv".
Hij noemde me een'detective'.
Der Stein in der Mitte nannte den Schlussstein.
De steen in het midden heet de sluitsteen.
er kann es wiedergutmachen. nannte?
Wie het was… 's naam.
Schwester Crane nannte mich staksig, und sie ist eine alte Frau.
Zuster Crane zegt dat m'n benen op rabarber lijken en zij is oud.
Man nannte mich"das Mädchen und Mrs Grey.
Ze noemden me"meisje" en"mevrouw Grey.
Uitslagen: 4469, Tijd: 0.0972

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands