NOTARIS - vertaling in Duits

Notar
notaris
advocaat
Anwalt
advocaat
raadsman
jurist
advokaat
notaris
beglaubigen
certificeer
certificeren
notaris
Notars
notaris
advocaat
Notare
notaris
advocaat
Notaren
notaris
advocaat
notariell beglaubigt
Solicitor
advocaat
notaris

Voorbeelden van het gebruik van Notaris in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Hij is notaris.
Er ist Notar.
Simon, de notaris zal je een enveloppe overhandigen.
Simon, der Anwalt wird dir einen Umschlag aushändigen.
Bienvenüe werd geboren als zoon van een notaris.
Menzen wurde als Sohn eines Notars geboren.
Waarom?-Ik ben notaris Baracca.
Warum? -Ich bin Notar Baracca.
Een notaris uit Londen.
Ein Anwalt aus London.
Eckart was van rijke komaf, zoon van een notaris en advocaat.
Leonhard war der Sohn eines hochangesehenen Rechtsanwalts und Notars.
Ik ben de notaris.
Ich bin der Notar.
Hij is van de notaris van Cindy's tante Marilyn.
Er ist vom Anwalt von Cindys Tante Marilyn.
Het is erg belangrijk om de toestemming van de notaris te verzekeren.
Es ist sehr wichtig, die Zustimmung des Notars zu sichern.
Goed. Charlotte? De notaris is hier.
Gut. Charlotte, der Notar ist hier.
Tot je van de notaris van je tante Marilyn hoorde.
Bis Sie vom Anwalt Ihrer Tante Marilyn gehört haben.
hypotheekovereenkomsten moeten worden geschreven en ondertekend in aanwezigheid van een notaris.
Hypothekenverträge müssen in Anwesenheit eines Notars geschrieben und unterzeichnet werden.
Heb je de notaris omgekocht?
Du hast einen Notar bestochen?
Goeie vraag. Nicholas Turner, notaris, is van z'n dak afkomen zeilen.
Nickolas Turner, Anwalt, ist vom Dach marschiert. Gute Frage.
Handelingen waarvoor de wet de tussenkomst van een notaris voorschrijft;
Die Rechtsakte, für die die Mitwirkung eines Notars gesetzlich vorgeschrieben ist;
Of een leraar, een notaris, een bankier.
Oder ein Lehrer, ein Notar, ein Bankier.
Ik lunch met mijn pa's notaris.
Ich gehe mit dem Anwalt meines Vaters essen.
Angulo, de klerk van de notaris.
Angulo, der Gehilfe des Notars.
Ik ben meneer Laval, de notaris.
Ich bin Herr Leval. Notar.
Hij was aan 't praten met z'n notaris, 'n zekere Endicott.
Er sprach mit seinem Anwalt, einem Mann namens Endicott.
Uitslagen: 587, Tijd: 0.05

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits