Voorbeelden van het gebruik van Opbiechten in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
je moet het opbiechten.
Frank, ik moet je iets opbiechten.
Ik moet wat opbiechten.
Nee. En ook niet iets dat ik moet opbiechten.
Zou je fouten opbiechten?
M'n vader liet Jaime de waarheid opbiechten.
Ik moet iets opbiechten.
We moeten iets opbiechten.
Lk moet iets opbiechten.
Is er iets wat je wil opbiechten? Cady?
Lk moet wat opbiechten.
Dat wil ik opbiechten.
Cady. Is er iets wat je wil opbiechten?
Sorry, dat had ik meteen moeten opbiechten.
moet ik iets opbiechten.
Ik had het moeten opbiechten.
We moeten alles opbiechten.
maar ik moet je alles opbiechten.
Ik zal mijn misdaden opbiechten.
ik eerder niet kon opbiechten.