Voorbeelden van het gebruik van Opdringen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik wil… ik wil me niet opdringen.
Ik zou haar nooit opdringen aan mijn kinderen.
Maar ik kan jullie dit niet opdringen.
Gaat u met ons mee? Ik wil me niet opdringen.
We kunnen dat Chad niet opdringen.
Dank je, maar ik zal me niet opdringen.
En ik wil me niet opdringen.
Is 't niet wat vroeg voor het opdringen van rolpatronen?
Ik wil me niet opdringen.
Nee, ik wil niet dat mijn ouders hun geloof aan hem opdringen.
Ik wilde me niet opdringen.
Ik wou me niet opdringen.
Zes jaar geleden wilde je Luna de Vlam opdringen.
Ik wil niet opdringen.
Want ik wil me niet opdringen.
hoe men ons land een ander cultuur opdringen kan.
Ik wil me niet opdringen.
We willen ons niet opdringen.
Ze zullen ons dat geneesmiddel opdringen.
Maar met Xo's situatie wil ik me niet opdringen.