Voorbeelden van het gebruik van Opdringen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Sorry, ik wil me niet opdringen.
Nee, nee, nee, ik wil me niet opdringen.
ze me vlees gaan opdringen.
Je zult aan de Gids voor kopers zien dat ze je niets opdringen.
Andere politieke machten zullen de koers bepalen en de visindustrie hun opvattingen opdringen.
Ook aan de dingen die we onszelf zonder noodzaak opdringen.
Of de wolken die zich opdringen.
De alchemie in onze ziel werkt als wij onszelf een crisis opdringen.
Ik wil me niet opdringen, maar ik wilde er voor je zijn.
Ik wil mezelf niet opdringen, maar we hebben een lange rit gehad.
Ik wil me niet opdringen, maar… Prima.
Het opdringen van routines en interesses,
Die opdringen aan anderen, werkt niet.
Ik wil me niet opdringen, maar mag ik haar kamer zien?
Sorry voor het opdringen, maar je belt me niet terug.
Hij zal zich nooit meer aan een vrouw opdringen.
Ik wil me ook niet opdringen.
Nee, nee, Ik wil me niet opdringen.
Ik wil me niet opdringen.
Ik wil me niet opdringen.