OPENDOEN - vertaling in Duits

aufmachen
openen
openmaken
opendoen
beginnen
open maken
doen
doe open
doe de deur open
opentrekken
openzetten
öffnen
openen
openmaken
opendoen
openstellen
opening
openzetten
open doen
open maken
doen
an die Tür
deur
open
opendoen
voordeur
de deur open doen
bitte
alsjeblieft
alstublieft
vraag
graag
even
dan
aub
houd
wil
gelieve
mach auf
maken op
te verdienen op
doen op
auftun
openen
opendoen
vinden
aufschließen
openen
openmaken
opendoen
unlocking
open maken
öffne
openen
openmaken
opendoen
openstellen
opening
openzetten
open doen
open maken
doen
öffnet
openen
openmaken
opendoen
openstellen
opening
openzetten
open doen
open maken
doen
öffnest
openen
openmaken
opendoen
openstellen
opening
openzetten
open doen
open maken
doen

Voorbeelden van het gebruik van Opendoen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Nu moet je de deur opendoen.
Du musst jetzt die Tür öffnen.
wilt u dan opendoen.
kommen Sie bitte an die Tür.
Ryan, opendoen.
Ryan, mach auf!
Kun je nu de deur opendoen?
Und jetzt öffnen Sie bitte die Tür?
Niet opendoen, Gabi!
Öffne nicht, Gabi!
Niemand gaat opendoen.
Niemand… niemand wird aufmachen.
Nee, niet opendoen, moeder.
Nein, nicht öffnen, Mutter.
Kunt u opendoen?
Könnten Sie aufschließen?
Je moet een deur opendoen om iets binnen te laten.
Wie man eine Tür öffnet, um etwas reinzulassen.
Niet opendoen als er gebeld wordt.
Wenn jemand klingelt, öffne nicht.
Open. Ze moet haar mond opendoen.
Aufmachen. Sie muss ihren Mund aufmachen.
Ze wilde die deur weer opendoen.
Sie wollte wieder die Tür öffnen.
Opendoen en op de schouw zetten.
Öffnet das und legt ihn auf den Kamin.
Opendoen… deze deur?
Öffne die Tür"?
Wil je alsjeblieft die deur opendoen?
Öffnest du bitte die Tür?
U moet de deur opendoen.
Sie müssen diese Tür aufmachen.
Ik moet 'm zelf opendoen.
Ich muss ihn selbst öffnen.
Kun je het raam niet opendoen?
Dann öffne doch das Fenster!
Jullie zijn in grote problemen als jullie niet opendoen.
Das gibt Ärger, wenn ihr nicht öffnet.
Hey, Gomer, kan je dat luik opendoen?
Gomer, öffnest du mal die Luke? Ja,?
Uitslagen: 615, Tijd: 0.0693

Opendoen in verschillende talen

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits