Voorbeelden van het gebruik van Opeten in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
En als je het moet opeten, zul je zijn naam vergeten.
Het brood mag je opeten, ik wil de ham.
Ik ga je hersenen opeten en je wijsheid opnemen.
En nu ga ik je opeten.
Hij gaat alles opeten, Emma.
Je mag ze na je huiswerk opeten.
Ik kan je wel levend opeten.
Je gaat die wafel opeten, of je krijgt geen ontbijt.
Alles opeten, Go.
Ik ga dit alleen opeten voor mijn enorme tv.
Je laat het mij opeten als een hond.
De wereld mag opengaan en me opeten.
Wat? Hij ze wou opeten.
Hoe wil je me opeten?
Als hij te veel verzwakt, dan wil hij een van de piloten opeten.
Ik wil niemand opeten.
Snel opeten.
Ik ga je opeten.
Wolven… Ze gaan het dorp opeten.
Insecten die uit hun nakomelingen komen of hun uitwerpselen opeten.