OPETEN - vertaling in Frans

manger
eten
opeten
consumeren
dineren
voedsel
dévorer
verslinden
opeten
eten
verorberen
opvreten
verscheuren
bouffer
eten
opeten
opvreten
eet
finir
eindigen
afmaken
uiteindelijk
beëindigen
aflopen
afwerken
afronden
afwerking
af te maken
uitpraten
avaler
slikken
doorslikken
eten
innemen
opeten
inslikt
ingeslikt
opslokken
je het doorslikt
mangent
eten
opeten
consumeren
dineren
voedsel
mange
eten
opeten
consumeren
dineren
voedsel
mangez
eten
opeten
consumeren
dineren
voedsel
dévorent
verslinden
opeten
eten
verorberen
opvreten
verscheuren
bouffent
eten
opeten
opvreten
eet
dévore
verslinden
opeten
eten
verorberen
opvreten
verscheuren

Voorbeelden van het gebruik van Opeten in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
De volgende reclame die u ziet kan uw huis vernietigen… en uw gezin opeten.
Car la prochaine publicité pourrait bien détruire votre foyer et dévorer votre famille.
Ik weet zeker dat jullie weer in mensen veranderen als jullie het opeten.
Je suis sure que si vous le mangez, vous retrouverez votre forme humaine.
Wees er snel bij, voordat zij alles opeten.
Fais-vite avant qu'ils bouffent tout.
Je zal gaan zitten en je soep en broop opeten. Verstaan?
Assis-toi et mange ton pain et ta soupe. Entendu?
Waar wachten we op? Terwijl ze haar opeten, kunnen wij vluchten.
Pendant qu'ils la dévorent, on peut saisir notre chance.
Ik ga je opeten.
Je vais te bouffer.
Wilde hij een horloge opeten?
Il a voulu avaler une montre?
Ik ga je opeten.
Je vais te dévorer!
Nee, en ik wil graag m'n pommes frites opeten, dank u.
Non. J'aimerais finir mes pommes frites, merci beaucoup.
Niet opeten.
Ne les mangez pas!
Alf, je mag de kat niet opeten!
Alf, on ne mange pas le chat!
de vissen je lever opeten.
Que les poissons te bouffent le foie!
Pak ze voor ze ons opeten.
Attrapez-les avant qu'ils nous dévorent!
Ik… jullie opeten.
Je… Vous dévore!
ik zal hem nooit opeten.
je vais pas le bouffer.
Larry, hij wilde de aarde opeten.
Larry, il voulait dévorer la Terre.
Wie ga je opeten?
Qui vas-tu avaler?
Regel zes zegt hondenstront opeten?
Règle n° 6: mangez de la merde de chien?
Hij zal je vertellen dat dieren elkaar opeten om te overleven.
Il dit que dans la nature, chaque créature en mange une autre pour survivre.
Dingen die uit kisten komen en mensen opeten?
Ces trucs qui sortent des caisses et bouffent des gens?
Uitslagen: 843, Tijd: 0.0605

Opeten in verschillende talen

Top woordenboek queries

Nederlands - Frans