Voorbeelden van het gebruik van Opstandig in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
een jonge vrij opstandig.
Ja, je bent onbetrouwbaar en opstandig.
Opstandig maar een goede vraag.
Ze hebben allemaal een sterke wil en ze zijn opstandig.
Dat was omdat zij opstandig en vijandig waren.
Maar jij wilde niet opgeven. En opstandig.
Hij was twee maal opstandig.
Zo opstandig. Ik ben vaker gemarteld.
maar werd opstandig toen Bennett binnen kwam.
Ja, ik ben opstandig soms.
voor me te zorgen, maar ik was wat opstandig.
Opstandig, net als jij, Daniel.
hijwas trots noch opstandig.
Ze zijn opstandig geweest.
Toch bleven ze opstandig en ongebroken.
Opstandig, slim en onafhankelijk.
Ze was heel opstandig.
Hij was opstandig.
Flipte en was opstandig.
Doe niet zo opstandig.