Voorbeelden van het gebruik van Patrouilleren in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Gilead gaat patrouilleren met drones.
Hoe vaak patrouilleren de vampiers?
Ik moest maar gaan patrouilleren.
Dagwachters kunnen overdag patrouilleren.
Ik weet dat je moet patrouilleren.
Een paar mannen patrouilleren met geweren.
Zijn er mannen die patrouilleren?
An2}Ik zeg patrouilleren.
Lotso heeft trucks die patrouilleren.
Wij zijn samen met de RCMP en patrouilleren de omgeving.
De Pauselijke Garde moet op de oevers van de Tiber patrouilleren.
Je moet speuren en patrouilleren.
Ze hebben mensen die alle uren patrouilleren.
An2}Ik zie ze niet patrouilleren en ze zijn ongewapend.
Er zijn gewapende burgers, die langs de grens patrouilleren.
Ze patrouilleren er al dagen.
Deze vis kan in onze slotgracht patrouilleren.
Het leger blijft op de weg patrouilleren.
We patrouilleren vanaf de l-67.
We patrouilleren de wereld, en hoe doen we dat?