Voorbeelden van het gebruik van Peuter in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Op de laatste foto die Abe stuurde, was je nog een peuter.
Komt het Extreme Peuter Worstelen!
En waarom is er een peuter in onze vestiging?
Lk heb ook nog een peuter.
Ik haat het om gevoed te worden als een peuter.
Fantastisch, ik heb de fysische behendigheid van een peuter.
Ziet stoom uit een fluitketel komen. Een peuter.
Wij veronderstellen dat zij haar peuter hier achterliet.
Alsjeblieft, je bent een peuter met poen.
Genoemd Miliaria invloed op jonge kinderen en peuter.
zoals de keel van een peuter.
Ik ben geen peuter.
Zoals ik al zei, je moet ons vertellen of ze hier een peuter achterliet.
In het gunstigste geval is m'n peuter dus lokaas.
Hij heeft de blaas van een peuter.
Zowel Adi als Uday was een peuter bij Kabhi Kabhie.
Je niest als een peuter.
Ik heb ook nog een peuter.
Het begon al toen hij een peuter was.
En de peuter?