Voorbeelden van het gebruik van Prutser in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Voor Carcetti ben ik 'n prutser.
Jij bent een prutser, Wilson.
Toen ik op de hogere school zat… Ik was een prutser.
Ben jij hier niet de prutser?
U bent een prutser.
Ik ben een prutser.
Die manager was een prutser, trouwens.
Je bent weer een prutser.
Wat een prutser.
Daar is die prutser weer!
Ik ben geen prutser.
Ze is een prutser.
Hoe kan je van mij houden als je mij een prutser vindt?
Ik voel me een prutser.
Wat ben jij een prutser.
Houd je mond, ouwe prutser.
Wat ben jij een prutser.
Ik ben een prutser.
Hij is een prutser.
Volgens mij vindt m'n moeder me een prutser.