Voorbeelden van het gebruik van Regeren in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Jij zult regeren.
Sorry, maar een vrouw kan Mexico niet regeren.
Hij zal eeuwig regeren.
Hij is de gouverneur en moet regeren.
Nu begrijp je waarom ik alleen wil regeren.
Ik wil regeren.
De tank en de kogel regeren wanneer de democratie sterft.
Ik moet een koninkrijk regeren.
Gauw zal ik over de wereld regeren.
de horigen het land regeren.
Je zult nooit regeren.
Je kunt het land regeren.
Moge hij lang regeren.
Wij zullen samen Gotham regeren.
Max zal deze landen regeren.
Ze zullen de wereld regeren.
En ze zullen niet lang regeren.
Ik zal met ijzeren hand regeren.
zullen we dit regeren.
We kunnen samen regeren.