Voorbeelden van het gebruik van Regeren in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Laten we geen communicatie cultiveren waar de luidste stemmen regeren!
Het kind werd ontvoerd door enkele gangsters die regeren over de stad.
Zij zullen hun autoriteit niet misbruiken, maar regeren met rechtvaardigheid en barmhartigheid.
Ik wil het land niet met ijzeren hand regeren", luidde het.
dat de vrouwen u regeren.
Dan zullen hij en zijn zonen lang over Israël regeren.
Anders zullen de Skeksis voor altijd regeren.
Liefde en honger regeren de wereld.
Zal Banquo's nageslacht regeren?
Ik moet een keizerrijk regeren en ik kan mijn eigen familie niet regeren.
Nu regeren wij en is de olie van ons.
En blijft Hij regeren als wij zijn overleden?'.
Wij kunnen onszelf beter regeren dan zo'n achterlijke figuur.
Wi regeren Denemarken en dat vereist een totale toewijding.
Regeren wij?
We kunnen niet regeren als we niet winnen.
Maduro wil regeren bij decreet.
Koning Eurystheus en ik regeren nu over heel Griekenland.
Macron kan regeren met volstrekte meerderheid.
Nu regeren wij.