Voorbeelden van het gebruik van Reiziger in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Bedoeld is de effectief door de reiziger afgelegde afstand.
Ik herhaal, de reiziger is ontvoerd.
Reiziger. Zeg jij 't of moet ik 't doen?
Ik praat met Jack Bristow over de Reiziger.
Omdat zeer verschillende boekingssystemen worden gebruikt, is dat voor de reiziger vaak niet duidelijk.
Jij bent toch niet… een reiziger,?
Filoloog? Wat wilt u, reiziger?
De reiziger die dit lab leidt.
We hebben de reiziger verloren!
Het contract moet worden bevestigd door een of meer aan de reiziger verstrekte vervoerbewijzen.
Ben je een reiziger?
Zeg jij 't of moet ik 't doen? Reiziger.
Filoloog? Wat wilt u, reiziger?
Gewoon een reiziger, mijn vriend.
De Reiziger gebruikte z'n gedachten om warpvelden te veranderen.
Het paleis voor de reiziger.
Dus, in onze categorie i-Top voor de reiziger vandaag waren.
Ja, jij bent die reiziger, toch?
Breng de reiziger ondergronds.
O, reiziger die zijn liefde vergat.