Voorbeelden van het gebruik van Rekent in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zij rekent zelf met hem af, zodra ze klaar is met.
Ze rekent op mij.
Hopelijk rekent hij niet te veel.
Joe rekent echt op je.
Hij rekent op mij.
Mrs Hall rekent op ons.
DKV euro Service rekent als eerste buitenlandse provider post-pay tol af in Kroatië.
Flynn rekent met Rittenhouse af in 1934.
Hij rekent te veel.
Hij rekent op mij.
Hij rekent erop dat Danny in zijn club blijft.
Washington rekent erop dat de ambassadeur hem uitlevert.
De staat rekent op me dat ik het zonder problemen… laat verlopen.
Men rekent op mij.
Je hebt werknemers, een familie die op je rekent.
Men rekent voor de rit €23
Hoeveel rente rekent hij?
Billy Chapel, zakelijk, rekent af met Birch in drie worpen.
Ze rekent op me, Frank.
De koning rekent op u, Mr Fraser.