REKENT - vertaling in Duits

zählt
tellen
rekenen
behoren
zijn
zijn belangrijk
telling
verlässt sich
vertrouwen
rekenen
gaan
rechnet
rekenen
verwachten
airco
rekening houden
zullen
rekening
denken
tegemoetzien
verlangt
eisen
verzoek
willen
verplichten
moeten
hunkeren
rekenen
vergen
drang
hunkering
erwartet
verwachten
willen
denken
rekenen
anticiperen
verwachting
vertraut
vertrouwen
geloven
zelfvertrouwen
rekenen
het vertrouwen
kümmert sich
zorgen
geven
doen
de zorg
regelen
bekommeren zich
maken zich
rekenen
schelen
angewiesen ist
zählen
tellen
rekenen
behoren
zijn
zijn belangrijk
telling
rechnen
rekenen
verwachten
airco
rekening houden
zullen
rekening
denken
tegemoetzien
verlassen sich
vertrouwen
rekenen
gaan
zählst
tellen
rekenen
behoren
zijn
zijn belangrijk
telling
verlangst
eisen
verzoek
willen
verplichten
moeten
hunkeren
rekenen
vergen
drang
hunkering
verlangen
eisen
verzoek
willen
verplichten
moeten
hunkeren
rekenen
vergen
drang
hunkering

Voorbeelden van het gebruik van Rekent in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Zij rekent zelf met hem af, zodra ze klaar is met.
Sie kümmert sich selbst darum, nachdem sie fertig ist mit.
Ze rekent op mij.
Sie vertraut mir.
Hopelijk rekent hij niet te veel.
Ich hoffe, er verlangt nicht zu viel.
Joe rekent echt op je.
Joe verlässt sich wirklich auf Sie.
Hij rekent op mij.
Er zählt auf mich.
Mrs Hall rekent op ons.
Mrs. Hall erwartet uns.
DKV euro Service rekent als eerste buitenlandse provider post-pay tol af in Kroatië.
DKV Euro Service rechnet als erster ausländischer Anbieter die Maut Kroatien im Postpay-Verfahren ab.
Flynn rekent met Rittenhouse af in 1934.
Flynn kümmert sich um Rittenhouse'34.
Hij rekent te veel.
Er verlangt zu viel Geld.
Hij rekent op mij.
Er verlässt sich auf mich.
Hij rekent erop dat Danny in zijn club blijft.
Er zählt darauf, dass Danny in seinem Club bleibt.
Washington rekent erop dat de ambassadeur hem uitlevert.
Ihn auszuliefern. Washington vertraut dem Botschafer darauf.
De staat rekent op me dat ik het zonder problemen… laat verlopen.
Der Staat erwartet von mir, dass diese Hinrichtung ohne Haken über die Bühne geht.
Men rekent op mij.
Die Leute zählen auf mich.
Je hebt werknemers, een familie die op je rekent.
Und'ne Familie, die auf dich angewiesen ist. Du hast Angestellte.
Men rekent voor de rit €23
Man rechnet für die Fahrt 23 €
Hoeveel rente rekent hij?
Wie viele Zinsen verlangt er?
Billy Chapel, zakelijk, rekent af met Birch in drie worpen.
Billy Chapel, ganz beschäftigt, kümmert sich mit drei Würfen um Birch.
Ze rekent op me, Frank.
Sie verlässt sich auf mich, Frank.
De koning rekent op u, Mr Fraser.
Der König zählt auf Sie, Mr Fraser.
Uitslagen: 511, Tijd: 0.0499

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits