Voorbeelden van het gebruik van Seizoen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
In het seizoen 2011/12 werd hij Treffers speler van het jaar.
Dr. House, seizoen 1, aflevering 19.
ZOMER Zomer is een seizoen dat er snel aankomt.
Buiten 't seizoen, in deze hitte.
In zijn eerste seizoen voor Juventus scoorde hij zeven keer.
In het seizoen 1913/14 degradeerde de club weer terug naar de Tweede Klasse.
In het seizoen 2015/16 werd het zaterdagteam niet meer ingeschreven.
Seizoen Bingo accepteert geen Amerikaanse spelers!
Seizoen 2, aflevering 6.
Ik ruik aan haar wat het seizoen is.
De Yeti's zijn er volgend seizoen ook nog.
In elk seizoen- Camping Galeb is het hele jaar door open.
Hij reed zijn laatste seizoen in 2014 bij het team van M-Sport.
Later dat seizoen won hij op de weg Parijs-Roubaix voor belofterenners.
Dat seizoen werd hij met Anderlecht kampioen van België.
Deze vakantie seizoen, echter, ze hebben een opvallende aanbieden.
Ieder nieuw seizoen is een nieuw avontuur.
Dit seizoen in Mind Field.
Dan ben ik schuldig. Jij kaapte een seizoen.
Aan het eind van het seizoen kwamen ze hier terug.