Voorbeelden van het gebruik van Sire in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Sire, wat wenst u?
Sire, u bent de rechtmatige koning en niet alleen door afstamming.
Sire, uw middag-Keto-shake.
Ik ben geen bouwer, Sire.
Mijn broers wel. Sire?
Heel gewiekst, sire.
Sire, we hebben deze mannen gevangen
Sire, je moet wel honger hebben.
Sire, ik heb goed nieuws.
Sire, u brengt me er nog twee.
Bedevere, Sire.
Jij bent de Koning, Sire.
Dat kan ik niet, Sire.
Waarom zijn ze hier? Waarom? Sire?
Ik kan eindelijk ademhalen, sire.
Sorry, Sire, maar hij is kunnen ontsnappen.
Sire, meneer Zamet, een oude vriend.
Sire, ons koninkrijk is in nood.
Kijk, Sire.
Haar kernhout, Sire.