Voorbeelden van het gebruik van Slag in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Slag drie, binnenkant!
Nu aan slag, nummer drie, Bo Gentry!
Tijdens mijn eerste slag heb ik een keuze gemaakt.
Deze slag is voor jullie, maar ik win de oorlog.
We gaan aan de slag.
Kom op, kom op, aan de slag.
Deze slag was een van de bloedigste uit de oorlog.
Aan de slag met een gratis reclame voor uw hotel.
Je zult op slag dood zijn.
Slag één voor Olsen.
Op slag van tien.
Deze slag is nog niet voorbij.
Ik ga meteen aan de slag.
Ik ga weer aan de slag.
We hebben niet veel gepland na de slag.
November- Slag bij Inkeman.
Ze was op slag dood. Een vrachtwagen.
We moeten nu aan de slag met de besluiten over Agenda 2000.
Slag. Drie slag en hij wist het.
Goede slag, Benjy. Ja.