Voorbeelden van het gebruik van Spetter in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het was geen vraag, spetter.
Breng deze vogel naar huis, spetter.
Had ik gezegd dat het een spetter was?
Is het geen spetter.
Niet zo snel, spetter.
Is hij geen spetter?
Hé het is zo heet Spetter.
Mogelijk gestoord, maar een spetter.
Je echtgenoot is een spetter.
of bloed. Naast een spetter.
Mijn kleine spetter.
Mike noemde je'spetter'.
Kent u die spetter?
Weet je wat, spetter?
Je echtgenoot is een spetter.
We dachten dat die spetter je ontvoerd had.
Die bij de bar stond. Welke spetter?
Waar ga jij naartoe, spetter?
Dat weet ik, maar was het nou echt nodig om zo'n… spetter te zijn?
Kom eens hier, spetter.