Voorbeelden van het gebruik van Terugbrengen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik moet hem terugbrengen voor ondervraging.
80% kunnen terugbrengen.
We moeten hem terugbrengen.
Leugenaar. Ik zal ze terugbrengen.
Ik moest haar terugbrengen.
kunt u hem terugbrengen.
We moeten de hoop terugbrengen.
we op communautair niveau de uitstoot van broeikasgassen terugbrengen.
Een lidstaat mag dat percentage voor één onderdeel terugbrengen van 50 tot 40.
Ik moet m'n oma terugbrengen naar het platteland.
Ik wilde dit haarbandje terugbrengen.
We kunnen hem niet terugbrengen.
Alleen ik kan hem terugbrengen.
Je gaat dat geld halen en terugbrengen.
We moeten de loonverschillen tussen mannen en vrouwen in elke lidstaat met 10 procent terugbrengen.
Bedankt voor het terugbrengen van m'n dochter.
aldus de gevolgen van de intracerebrale bloeding terugbrengen.
We moeten Dirk Richter terugbrengen.
Ik kwam je kleren terugbrengen.
Ik zal haar heelhuids terugbrengen.