Voorbeelden van het gebruik van Tijd zit in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Jullie tijd zit erop.
De rest van de tijd zit ik uit het raam te staren.
Je tijd zit erop, Mac.
Je tijd zit erop.
En je tijd zit erop.
Je tijd zit erop.
Je tijd zit erop!
Hoeveel tijd zit er tussen de weeën?
Verdachten, jullie tijd zit erop, Wij komen het gebouw binnen!
Z'n tijd zit erop.
Uw tijd zit erop, Mr Stacker.
Hoeveel tijd zit er tussen de laatste wee?
Thuis. Je tijd zit erop.
In welke tijd zit ik?
Maar tegen die tijd zit ik allang op de veerboot.
Je tijd zit erop.
Morgen om deze tijd zit ik alweer in Mallorca.
Dames en heren, mijn tijd zit erop.
Ik zei'je tijd zit erop!
Oké, onze tijd zit erop.