Voorbeelden van het gebruik van Toch wat in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je weet toch wat er met Roy gebeurd is, hè?
Het is toch wat meer beveiligd dan ik dacht.
Ik denk dat de mensen van Eureka… toch wat meer geëvolueerd zijn dan dat.
Ik kan niet alles, maar ik zou toch wat moeten kunnen.
Maar je handschrift kan toch wat beter.
U weet toch wat er gaat gebeuren?
Je hebt toch wat je wilde?
Toch wat?
Je weet toch wat'homo' betekent?
Ze moeten toch wat.
Je weet toch wat dit betekent?
Je hebt toch wat je wilde.
Maar je weet toch wat ze zeggen?
Je weet toch wat dat betekent?
Celine, drink toch wat.
maar toch… Toch wat?
Je weet toch wat dit betekent?
Je ziet toch wat ik doe.
Je weet toch wat dit betekend.
Je ziet toch wat je aan het doen bent?
