Voorbeelden van het gebruik van Toveren in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Kun je nog meer toveren?
Ze leert je toveren.
Ik kan niet toveren.
Dan kan ik ook die rekentoets wel halen. De rekentoets. Maar als ik kan toveren….
ik niet meer kan toveren.
Hij kan niet toveren.
Ik wilde iets anders toveren.
Ik kan ook toveren.
Hij kan ook toveren.
Ik wilde iets anders toveren.
Je kan geen brood uit je hoed toveren.
Ik moet leren toveren.
Shuo Gang heeft zich verwond toen hij oefende met toveren.
We moeten inderdaad leren toveren.
U mag niet toveren.
Kun je mij ook leren toveren?
Leib kon toveren.
Nu dat je binnen bent… wordt het tijd om te leren toveren.
Mijn handen kunnen niet meer toveren.
Ik kan geen konijn uit een hoed toveren.