Voorbeelden van het gebruik van U gaan in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
ouders zijn, wilt u gaan staan?
Het interview zou over u gaan.
Wilt u gaan zitten, mevrouw.
mag u gaan.
ouders zijn, wilt u gaan staan?
Alles moet via u gaan.
Is goed.- Anders moet u gaan.
Geef ons een verklaring, en dan laten wij u gaan.
kunt u gaan.
Daarna kunt u gaan.
Ze laten u gaan.
Nu kunt u gaan.
Als nog iemand van u gaan wil, dit is de laatste gelegenheid.
Ms Edison, ik laat u gaan uit het gekkenhuis van Greendale.
Als nog iemand van u gaan wil, dit is de laatste gelegenheid.
Dan laat ik u gaan. Geef die brief.
Hij is Schnitzer de tweede. En nu kunt u gaan.
Als u wilt dat dit geheim blijft, moet u gaan.
Dan moet u gaan.