UITGESPOOKT - vertaling in Duits

getan
doen
maken
aandoen
gebeuren
gemacht
doen
maken
gaan
nemen
geven
zetten
zijn
waardoor
angestellt
doen
inhuren
aannemen
maken
aanzetten
aandoen
rij
getrieben
doen
drijven
maken
gaan
brengen
jagen
duwen
zweven
uitspoken
meevoeren

Voorbeelden van het gebruik van Uitgespookt in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Ik wilde weten wat ze had uitgespookt.
Ich wollte sehen was sie getan hat.
Dus wat heb je uitgespookt?
Was hast du getrieben?
Wat heeft hij uitgespookt?
Hat er was angestellt?
Wat heeft hij uitgespookt?
Was hat er gemacht?
Ga je moeder maar vertellen wat jullie uitgespookt hebben.
Rein! Und ihr erzählt euren Müttern, was ihr ausgefressen habt.
Ik weet wat je hebt uitgespookt.
Ich weiß, was du getan hast.
God weet wat ze daar hebben uitgespookt.
Was sie da getrieben haben.
Wat heb je uitgespookt?
Hast du was angestellt?
Of ik vertel watje met datjongetje hebt uitgespookt.
Oder ich erzähle ihnen, was du mit dem kleinen Jungen gemacht hast.
Ik bedacht wat ik allemaal had uitgespookt.
Was ich alles ausgefressen hatte.
Ik vraag je niet wat je uitgespookt hebt.
Ich frage nicht, was du getan hast.
Wat heb je uitgespookt?
Was habt ihr getrieben?
Wat heeft hij uitgespookt?
Hat er etwas angestellt?
Wat heeft Teddy nu weer uitgespookt?
Was hat Teddy jetzt wieder gemacht?
Heb je wat uitgespookt?
Hast du was ausgefressen?
Ik… Ik heb geen idee…… wat je hebt uitgespookt.
Ich… Ich habe keine Ahnung… …was du getan hast.
Wat heb je zoal uitgespookt?
Und… was hast du so getrieben?
Wat heb jij uitgespookt?
Was hast du angestellt?
Wat heb jij zoal uitgespookt?
Was hast du so gemacht?
Wat heeft ze uitgespookt?
Was hat er ausgefressen?
Uitslagen: 221, Tijd: 0.0594

Uitgespookt in verschillende talen

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits