Voorbeelden van het gebruik van Uitzetten in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ze gaan haar uitzetten.
Ik wil haar uitzetten.
U haar hebt laten uitzetten.
Een professional zou zijn telefoon uitzetten.
Je kunt het niet uitzetten.
Telemetrie uitzetten.
Ik moet de afbakening uitzetten en… de tweede waterleiding plannen.
Nordvpn set autoconnect onofoff-Autoconnect aan- of uitzetten.
Hey, Flanders. Je kan er ons niet uitzetten!
En Donaldson, uitzetten.
Maar je kunt het ook gewoon uitzetten.
Ik snap niet hoe ze hem kunnen uitzetten.
Ik kan het niet uitzetten.
Ze zou nooit haar radio uitzetten.
Dat moest ik uitzetten.
De Top moet een dergelijke route uitzetten.
Daar kunt u gegevensverzameling uitzetten.
Dat is de jongen die ik moet uitzetten.
Ze willen me uitzetten.
je moet de auto uitzetten.