Voorbeelden van het gebruik van Uurtje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik ben over een uurtje terug.
Maar een uurtje of drie.
We zijn binnen een uurtje terug.
Van een uurtje of vijf.
Laten we samen een uurtje doorbrengen.
Uurtje of drie.
Ik heb een uurtje de tijd.
Een uurtje of twee.
Ik was daar maar voor een uurtje.
Ik ben over een uurtje of wat terug.
Ik ben over een uurtje thuis.
Normaal over een uurtje of twee.
Kunt u over een uurtje terugkomen?
Euro. Niet slecht voor een uurtje werk, hè?
Na de maaltijd wil ik u allen graag een uurtje voorlezen.
Geef me een uurtje om te pakken, ok?
Geef me een uurtje om te pakken, Oké?
We hebben je in een uurtje of twee, drie wel beneden.
Ik heb maar een uurtje voor mijn volgende klus.
denk ongeveer een uurtje of vijf.