Voorbeelden van het gebruik van Vaak ik in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Weet je hoe vaak ik gezworen heb nooit met een kunstenaar te trouwen?
Wil je raden hoe vaak ik iets opgelopen heb?
Rotzakken. Enig idee hoe vaak ik Chinees heb gegeten?
Hoe vaak ik ook oefen, er zit geen vooruitgang in. Herladen.
Weet je hoe vaak ik ben vastgebonden?
Weet je hoe vaak ik tegenover die kap heb gezeten?
Weet je hoe vaak ik dat al gehoord heb?
Weet je hoe vaak ik ben gestorven
Je weet niet half hoe vaak ik ben voorgelogen.
Je moest eens weten hoe vaak ik daarover heb nagedacht.
Hoe vaak ik niet bij een dameswinkel heb gedacht:
Jacques, Jacques, als je maar wist hoe vaak ik op dit moment aan je denk!
Hoe vaak ik elke dag toch aan haar dacht.
Zo vaak ik het oneens ben met koning Almasi.
Waar je dat kantoor in de kelder verliet Je weet hoe vaak Ik heb dat scenario voor ogen.
Maar vaak ik mijn ontstoken vuur met de droge bladeren van het bos,