Voorbeelden van het gebruik van Verprutsen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik wilde aan mezelf bewijzen dat ik dit niet kon verprutsen.
Maar ik wil het niet opnieuw verprutsen.
Ik kan het nu niet verprutsen.
Luister ik zou iets goeds nooit verprutsen.
Ik ben degene, die niet nog een huwelijk kan verprutsen.
Dit kun je niet verprutsen.
Dat wil ik niet verprutsen.
Kan de hele kamer verprutsen.
Ik wil het gewoon niet verprutsen.
Ik mag dit echt niet verprutsen.
Kan de hele kamer verprutsen.
Dit kun je bijna niet verprutsen.
Je kunt niet echt een omelet verprutsen.
We mogen dit niet verprutsen.
Ik kan het niet voor ze verprutsen.
We mogen dit niet verprutsen.
Ik wil dit niet verprutsen.
An8}'We mogen dit niet verprutsen.
En wij verprutsen het.
Maar als jullie het verprutsen, los ik het op.