Voorbeelden van het gebruik van Was hun in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik was hun leider.
Maar het was hun land.
Zij was hun genezeres. Adawehi.
Hij was hun enige zoon, Mary.
Ze was hun moeder.
Ik was hun koning, weet je nog. Wat? Schaduw.
Waar was hun vrijheid?
En hun geldautomaat. Ik was hun kok, hun chauffeur.
Het was hun schuld. De kinderen.
Ik was hun beste vriend met mijn nieuwe oog.
Ainara was hun dochter.
En ik was hun Primus.
Het was hun wereld.
Na een paar jaar was hun ruim vol.
Ze was hun agent.
Het enige wat ze gemeen hadden, was hun kennis van de sterren.
Adawehi. Zij was hun genezeres.
Ja. Dat was hun zoon.
Onze eerste grenservaring was hun laatste.
Het enige dat ze achterlieten was hun kat.