Voorbeelden van het gebruik van Wat moet in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wat moet ik zeggen?
Wat moet jij met een damestas?
Wat moet ik hier met deze mensen?
Ja, wat moet ik doen?
Wat moet je daarmee? Acht kavels?
Wat moet ik dan aan, mijn begrafenispak?
Wat moet je in mijn huis?
Goed. Wat moet ik doen?
Wat moet ik nu?
Wat moet je met zoveel benzine,?
Wat moet ik met Chloe aan?
Wat moet je, stomme wasbeer?
Nee. Wat moet hij doen?
Wat moet ik doen? Het meisje in het ziekenhuis.
En wat moet ik ze vertellen?
Wat moet ik doen?
Wat moet je met die grijper,?
Wat moet ik beseffen?
Wat moet ik zonder jou?!
Wat moet je van me, Carl?