Voorbeelden van het gebruik van Werken samen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dus jullie werken samen aan een opdracht?
We werken samen met de politie.
Weet ik, maar we werken samen met onze bondgenoten.
Wij… zij… We werken samen.
Jullie werken samen.
Ze werken samen.
Jij en oma Rose werken samen.
Howard en Amy werken samen.
Ach ja, jullie werken samen, dus jullie kennen elkaar.
Zij wisselen zonder onnodige vertraging informatie uit en werken samen bij onderzoeks-, toezicht- en handhavingsactiviteiten.
Waarom? We werken samen.
Oke, we werken samen.
We ontmoeten elkaar, we werken samen, houden van elkaar en dan.
Siedle en Jung werken samen.
En we werken samen.
We zetten onze meningsverschillen opzij en werken samen.
En jullie werken samen en lachen.
Gewoon deze jongens, ze zijn vriendelijk bij mij gekomen en werken samen.
Álex en Elisa werken samen.
Jullie werken samen, jullie moeten vrienden zijn.