Voorbeelden van het gebruik van Wissen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wissen loopt.
Moeten we jullie geheugens wissen?
Cache wissen.
Je kan je vader niet wissen, Aiden.
Nee. Maar we kunnen het wissen.
Onverwacht benodigde muziek- en videobestanden wissen vanaf de opdrachtprompt of tijdens het verwijderen van ongewenste bestanden.
Hij moet z'n sporen wissen dus vermoord hij eerst Tanner.
Wissen met succes voltooid.
Ik kan niet zomaar uw schuld wissen.
Foutenlog wissen.
Ze kan zijn inkt niet wissen.
Clem? Ze wissen je!
Mijn Eerste Officier moet de dokter wissen als u in de buurt komt.
Recht op wissen('recht om vergeten te worden')- art. 17 AVG.
Ze wissen hun sporen.
Of: rechterkeuzetoets indrukken en Ingaveveld wissen kiezen en de keuze bevestigen.
Ik zal je uit de toekomst wissen.
Je kunt m'n geheugen wissen.
Niemand kan ons verleden wissen.
Dit zal uw mobiele telefoonboek wissen. Wilt u doorgaan?