Voorbeelden van het gebruik van Ze leren in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
We zullen ze leren hoe je een kapmes gebruikt.
Ze leren het nooit, maar ze branden goed.
Ze leren niet veel Verspreken meer?
Ze leren me worstelen.
Ik zal ze leren.
Ik wil meer over ze leren.
Ze leren ons vreugde te vinden in turbulente tijden.
Ze leren je voorkeuren.
Dat zal ze leren.- Goed zo.
Maar ze leren je hier om tegen mensen te vechten.
We moeten ze leren hun bestemming op te eisen.
Ze leren Japans op de school waar ik naartoe ga.
En dan zal ik ze leren.
Ze leren ons de waarheid te schrijven, Miss.
Maar we moesten ze leren om de houtbewerkingsbadge te krijgen.
Dat zal ze leren.- Goed zo.
We kunnen ze leren om ons op te halen of achterwaartse salto's!
Maar ze leren je met mensen te vechten.
We kunnen wel wat van ze leren.
Ze leren net zoveel van elkaar als van ons.