Voorbeelden van het gebruik van Ze leren in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ze leren snel en zijn zeer intelligent.
Terwijl ze leren praten en lezen.
Ze leren kennen, en in staat zijn om hun taal te spreken!
Ze moeten leren denken met hun hart.
Hoe veel kunnen wij ze leren over een wilde olifant zijn?
Ze leren wel, maar dat gebeurt lineair.
Kinderen kunnen dromen zodra ze leren praten en misschien zelfs daarvoor al.
Ze leren kennen. Zorgen dat ze jou vertrouwen.
Ze leren het op scholen waar zelfs jij zou binnenraken.
Ze leren een heleboel nuttige dingen
Zwemmen en trektochten en ze leren je teamwerk en sociale waarden.
Ze leren ook talen- familiebijeenkomsten zijn altijd geweldig!
Ze leren je om je hoofd te buigen, en om die onzin te respecteren.
Dat zal ze leren!
Ik heb ze leren schrijven.
Jij moet ze leren de beer te vrezen.
Het zijn boeren maar ze leren om te vechten.
Ze leren veel sneller.
Hij moet ze alles leren.
Deze heksen, ze leren het nooit.