LEREN - vertaling in Frans

apprendre
leren
weten
studeren
horen
vernemen
enseigner
leren
onderwijzen
lesgeven
om les te geven
onderrichten
doceren
worden onderwezen
bijbrengen
onderricht te geven
teach
apprentissage
leren
leertijd
leerproces
leerlingwezen
learning
opleiding
onderwijs
scholing
leeromgeving
leerlingstelsel
cuir
leer
leder
leather
het leer
lederwaren
de lederen
montrer
laten zien
tonen
weergeven
onthullen
wijzen
pronken
leren
show
blijken
étudier
bestuderen
studie
onderzoeken
leren
kijken
bestudering
nagaan
apprennent
leren
weten
studeren
horen
vernemen
appris
leren
weten
studeren
horen
vernemen
apprenons
leren
weten
studeren
horen
vernemen
enseignent
leren
onderwijzen
lesgeven
om les te geven
onderrichten
doceren
worden onderwezen
bijbrengen
onderricht te geven
teach
enseignons
leren
onderwijzen
lesgeven
om les te geven
onderrichten
doceren
worden onderwezen
bijbrengen
onderricht te geven
teach
enseigne
leren
onderwijzen
lesgeven
om les te geven
onderrichten
doceren
worden onderwezen
bijbrengen
onderricht te geven
teach

Voorbeelden van het gebruik van Leren in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Jij moet dat meisje leren dat dansen uit den boze is, Telamon.
Mais je veux que tu lui apprennes que la danse est le mal.
Je moet leren vragen stellen.
Il faut que tu apprennes à poser des questions.
Dat ben je ook, maar je moet prioriteiten leren stellen.
Tu l'es. Mais il faut que tu apprennes à choisir tes priorités.
Je moet leren onderhandelen.
Faut que tu apprennes l'art de la négociation.
moet je dat wel leren.
Jean-Pierre te tire les cartes, apprends.
Je mag daar buiten werken en over verantwoordelijkheid leren.
Et tu travailleras dehors, et apprendras à devenir responsable.
je zal blues leren.
chaque samedi Et ce sera toi qui leur apprendra le blues.
Ik ga hem leren voetballen.
Il va falloir que je lui apprenne à jouer au foot.
Dan moet je heel veel trucjes leren.
Il faudrait que t'en apprennes beaucoup.
Nu zal je het leren.
Maintenant, il faut que tu apprennes.
Ze moet het leren.
il faut qu'elle apprenne, patron.
Je hebt een grote verbeeldingskracht, Emrys, daar moet je op leren vertrouwen.
Tu as un oeil intérieur. Apprends à t'y fier.
Als het een jongen is, kan ik hem een spitball leren gooien.
Si c'est un garçon, je lui apprendrai le baseball.
Ik heb geen idee wat ze leren, want jij kan niks leren.
Ils savent pas à qui ils ont affaire, parce que t'apprendras jamais rien.
Ik kan haar leren naaien.
Je lui apprendrai à coudre.
Zo zul je het leren.
C'est comme ça que tu apprendras.
Dan moet je je dochter beter leren kennen.
Il est sûrement temps que tu apprennes à mieux connaître ta fille.
Je kunt een hoop leren.
Tu apprendras beaucoup.
Laat me je m'n geheimen leren.
Je vous apprendrai mes secrets.
Luister naar hem, je kan iets leren.
Ecoute-le, tu apprendras quelque chose.
Uitslagen: 16518, Tijd: 0.0805

Top woordenboek queries

Nederlands - Frans