Voorbeelden van het gebruik van Zit je in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zit je me te versieren?
Waar zit je bij de diploma-uitreiking?
Hier zit je dus.
Zit je überhaupt wel op school?
Luigi, waarom zit je deur op slot?
Zit je in het turnteam?
Zonder mij zit je vast in deze cel.
Helaas zit je op 1 punt fout.
Waarom zit je in het bad?
Zit je nog in 't Beresford?
Zit je op de Temple Universiteit?
Waarom zit je aan Aubreys oude bureau?
Zit je weer in de problemen? Hoezo?
Wat zit je dwars, Clive?
Schumacher, waarom zit je in een concentratiekamp?
Tot dan, zit je met ons opgescheept.
Daar zit je mis.
Zit je niet meer in de bak of zo?- Alles ok.
Zit je in over de vampier?
Daarom zit je nou in therapie.